|
 |
|
 |
| Historie Vuurtoren Egmond |
 |
|
 |
|
|
Voorgeschiedenis |
| Al in de Middeleeuwen
was de kust voor Egmond berucht om zijn gevaarlijk ondiepten. De toren
van de St. Agneskerk werd daarom hoog gebouwd, zodat de scheepvaart
een dagmerk er aan had. Om 's nachts een herkenningspunt te hebben
brandde er al vroeg ook een vuurboet bij de kerktoren. Toen in 1734
bij een storm de toren van de Agneskerk en een groot deel van het
oude dorp in zee verdween, was men deze bakens kwijt. Als vervanging
hiervoor werd in 1744 een vuurbaak opgericht. Dit bleek echter niet
voldoende want onder andere in 1777 en 1827 waren er nog schepen vergaan
voor de kust van Egmond. In het Koninklijk Besluit van 30 december
1823 werd besloten een licht op te richten in Egmond, maar het bouwen
liet nog jaren op zicht wachten. |
|
|
|
De bouw |
| In 1832 wordt
dan bepaald dat er twee stenen torens opgericht zullen worden, en
de bouw wordt aangenomen door J.G. Pallada voor ƒ 28 200,-. De opzieners
bij het werk zijn L. Valk en I.B. Helleman. De ontwerpen voor de torens
waren gemaakt door J. Valk en de lichttoestellen werden geleverd door
Maritz & Zn. Op 1 augustus 1834 worden de lichtwachters aangesteld
en op 30 september wordt het licht ontstoken. |
|
|
|
J.C.J. van Speijk |
| Jan Carel Josephus
van Speijk was Luitenant-ter-Zee tijdens de regering van Koning Willem
I. Van Speijk maakte deel uit van een leger dat naar zuidelijk Nederland
was gestuurd om de Belgen in bedwang te houden. Op 5 februari 1831
voer hij op de Schelde richting Antwerpen, toen een windvlaag zijn
boot tegen de kade wierp. De Belgen kwamen aan boord en wilden de
vlag veroveren, maar Van Speijk liet dat niet toe en stak de lading
kruit aan boord aan zodat het schip de lucht in vloog. Van Speijk,
25 bemanningsleden en een aantal Belgen overleden bij deze daad. De
restanten van Van Speijk werden begraven in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. |
|
|
|
Een monument |
| Een aantal dagen
na het voorval in Antwerpen besloot Koning Willem I dat er bij de
Marine altijd een boot de naam van Van Speijk moest dragen. Op 26
februari keurde de Koning een voorstel goed waarbij met vrijwillige
bijdragen een monument ter nagedachtenis aan Van Speijk gebouwd zou
worden.
Al snel werd besloten dat een nieuw monument een te duur idee was
en stelde men voor een bestaande vuurtoren te verbouwen tot monument.
De vuurtoren die hiervoor werd uitgekozen was één
van de zojuist voltooide torens van Egmond, de buitenste. Andere
opties voor Van Speijkmonumenten waren de geplande toren te Schouwen
en de Brandaris op Terschelling. Vele ontwerpen voor het monument
werden ingediend, uiteindelijk werd één van de twee
ontwerpen van J.D. Zocher uitgekozen. Het ontwerp bestond uit een
verbouwing van de toren, zodat deze een monumentaler aanzicht kreeg,
en de bouw van een sarcofaag, die om de toren werd aangebracht.
Het idee bij de toren is dat de toren òp de onderbouw staat,
maar dat is niet het geval. De door L. Royer gemaakte gietijzeren
leeuw bewaakt de ingang. De verbouwing kwam in 1841 gereed. |
|
|
|
Na 1841 |
| Na de aanleg
van het Noordzeekanaal en de bouw van de twee vuurtorens aldaar, werden
de torens in Egmond, om verwarring te voorkomen, voorzien van rode
ruiten zodat het uitgestraalde licht in kleur kon worden onderscheiden
van IJmuiden. In 1891 werd de Van Speijktoren, de noordelijke en huidige
toren voorzien van een draailicht en werd de zuidelijke toren gedoofd.
In 1915 werd de zuidelijke toren afgebroken.
In 1922 werd het lichthuis verbouwd omdat de toren elektrisch licht
kreeg. De balustrade is toen in beton gegoten. In 1967 werd het
wachtlokaal gebouwd. |
|
 |
| |
 |
|
 |
|