Al vanaf het
begin had de vuurtoren van Scheveningen een draailicht met een "alternating"
lichtkarakter, dat wil zeggen een afwisselend een rode en een witte
schittering. Dergelijke lichten kwamen meer voor, maar het rode licht
was op lang niet zo'n grote afstand te zien als het witte licht. Gevolg
was dus dat als op grote afstand alleen de witte schittering gezien
kon worden de toren makkelijk voor een ander gehouden kon worden.
Electrificatie
In 1903 kwam
er een petroleum gloeilicht in de toren en in december 1909 werd het
licht geëlektrificeerd met een koolspitslicht. De lichtsterkte
vergrootte toen van 8 000 cd naar 4 000 000 cd! Vanaf 1922 heeft de
toren een karakter van 2 schitteringen in de 10 seconden, tegenwoordig
met 3 800 000 cd.
Naast de toren staat vanaf 1908 het Proefstation voor de Kustverlichting.
Nieuwe technieken werden dus met regelmaat uitgetest op de Scheveningse
vuurtoren.
Uitkijkpost en lichthuis
In 1957 werd
de uitkijkpost gebouwd in de vuurtoren (de raampjes op de 6e etage)
en in de jaren 60 werd het hele lichthuis vernieuwd, inclusief optiek
met kwikbad. Het nieuwe optiek draait op kogellagers.